De aandoening begrijpen
Wat er gebeurt in het ruggenmerg, en waarom het geen pijn doet
Uw hond heeft degeneratieve myelopathie. Deze cursus leert u wat er gebeurt, wat u per stadium kunt doen en waarom dagelijkse oefening de tijd die u samen heeft aantoonbaar verlengt.

Wat er gebeurt in het ruggenmerg, en waarom het geen pijn doet
De enige aanpak die de overlevingstijd aantoonbaar verlengt
Herken het stadium van uw hond en pas de oefeningen aan
Ondersteund tillen, de hondenkar en aanpassingen in huis

Gediplomeerd dierenfysiotherapeut
Degeneratieve myelopathie, vaak afgekort als DM, is een langzaam voortschrijdende aandoening van het ruggenmerg. Het isolatiemateriaal rond de zenuwbanen in het ruggenmerg valt geleidelijk uiteen, waardoor de signalen tussen de hersenen en de achterpoten steeds slechter doorkomen. De aandoening begint bij de achterpoten en gaat langzaam vooruit. DM veroorzaakt geen pijn, wat het onderscheidt van vrijwel alle andere rugaandoeningen.
Nee, en dat is een belangrijk gegeven. Degeneratieve myelopathie is niet pijnlijk. De zenuwbanen die pijn doorgeven blijven bij deze aandoening intact, terwijl de banen voor beweging en gevoel voor lichaamspositie aangetast raken. Uw hond is dus verward over waar zijn poten staan, maar hij lijdt geen pijn. Als uw hond wel pijn toont, is er vaak iets anders aan de hand, bijvoorbeeld artrose of een hernia, en dat is het bespreken waard met uw dierenarts.
Nee. Er is geen medicijn dat degeneratieve myelopathie geneest of de achteruitgang stopt. In gecontroleerd onderzoek is geen enkel medicijn effectief gebleken, ook ontstekingsremmers en steroïden niet. Wat wel bewezen helpt, is dagelijkse gerichte fysiotherapie. Honden die dagelijks gecontroleerde oefeningen krijgen, blijven langer mobiel en leven langer met de aandoening dan honden die dat niet krijgen.
Dat is de vraag die iedere eigenaar stelt, en het eerlijke antwoord is dat het varieert. Vanaf de eerste duidelijke signalen worden de meeste honden binnen 6 tot 9 maanden niet meer zelfstandig lopend. Met goede zorg en dagelijkse oefening kan die periode langer zijn, en sommige honden gaan met een hondenkar nog vele maanden goed door. In het laatste stadium, waarin ook de voorpoten zwakker worden, spreekt de literatuur over een periode tot ongeveer 19 tot 20 maanden na de diagnose.
Omdat oefening aantoonbaar tijd geeft. Een onderzoek onder honden met vermoedelijke DM liet zien dat dieren met dagelijkse gecontroleerde fysiotherapie langer overleefden dan dieren die geen of alleen af en toe therapie kregen. Oefening houdt de spiermassa op peil, en spieren zijn precies wat uw hond nodig heeft om te blijven staan en lopen terwijl de zenuwsignalen zwakker worden. Niet oefenen versnelt het verlies.
Het slepen zelf voelt uw hond niet als pijnlijk, maar het beschadigt wel de huid en de nagels van de poot. Honden met DM lopen op de bovenkant van hun poot zonder dat te merken, waardoor wondjes ontstaan die kunnen gaan ontsteken. Pootbeschermers voorkomen dit. Controleer de poten dagelijks, ook als uw hond geen reactie geeft.
De Duitse herder is het bekendste ras, maar DM is bij veel meer rassen vastgesteld: Pembroke en Cardigan Welsh corgi, boxer, Rhodesian ridgeback, Chesapeake Bay retriever, Siberische husky, dwergpoedel, standaardpoedel, Berner sennenhond, golden retriever, Kerry blue terriër, draadharige foxterriër, Amerikaanse eskimohond, Ierse softcoated wheaten terriër en pug. In de totale hondenpopulatie komt de aandoening bij ongeveer 0,19 procent voor.
Meestal vanaf 8 jaar, met een gemiddelde leeftijd van 9 jaar bij de eerste neurologische signalen. Omdat het oudere honden treft, wordt DM in het begin regelmatig verward met artrose of gewoon met ouderdom.
Er bestaat een DNA-test voor de genmutatie die aan DM ten grondslag ligt, de zogeheten SOD1-mutatie. Een hond die twee afwijkende kopieën van het gen heeft, loopt risico de ziekte te ontwikkelen. Belangrijk om te weten: de test alleen stelt de diagnose niet. Er zijn honden met twee afwijkende kopieën die de ziekte nooit krijgen. De test is vooral waardevol in combinatie met het klinische beeld en met beeldvorming die andere oorzaken uitsluit.
Omdat de diagnose degeneratieve myelopathie in feite een uitsluitingsdiagnose is. Andere aandoeningen geven bijna dezelfde verschijnselen, bijvoorbeeld een type II hernia, een tumor in het ruggenmerg of een ontsteking. Sommige van die aandoeningen zijn wel behandelbaar. Uw dierenarts wil die eerst uitsluiten voordat de conclusie DM valt, want een behandelbare oorzaak missen zou zonde zijn.
Ja, en dit komt vaak samen voor omdat het beide oudere honden treft. De combinatie maakt de beoordeling moeilijker: artrose geeft pijn, DM niet. Als uw hond pijnsignalen toont, komen die dus vermoedelijk van de artrose, en die is wel te behandelen. Het is belangrijk dat uw dierenarts beide aandoeningen apart in beeld heeft, zodat de pijn van de artrose behandeld wordt en het oefenprogramma op de DM is afgestemd.
Eerder dan de meeste eigenaren denken. Een kar is geen teken van opgeven, maar een hulpmiddel dat uw hond mobiel houdt en de voorpoten spaart. Veel eigenaren wachten tot hun hond helemaal niet meer kan lopen, terwijl de overgang juist soepeler gaat als de hond nog kracht heeft om te leren. Het aanmeten kan al in het vroeg-midden stadium.
In de latere stadia verliezen honden met DM de controle over blaas en darmen. Het handmatig legen van de blaas kan dan nodig zijn, meerdere keren per dag. Dit is iets wat uw dierenarts of een dierenfysiotherapeut u persoonlijk moet voordoen. Verkeerd uitgevoerd kan het de blaas beschadigen. Vraag om instructie zodra incontinentie begint, niet pas als het acuut nodig is.
Zwemmen is een van de beste oefeningen bij DM, in alle stadia. Het water draagt het lichaamsgewicht, waardoor uw hond kan bewegen zonder te hoeven balanceren. Ook in de late stadia blijft zwemmen mogelijk, mits iemand de hond in het water ondersteunt en er pauzes zijn waarin de hond gesteund kan staan. Doe dit met begeleiding, en gebruik een reddingsvest.
Er is geen formule voor, en niemand kan die beslissing voor u nemen. Wat wel helpt, is nu al opschrijven wat u voor uw hond belangrijk vindt: eet hij met plezier, herkent hij u, wil hij nog naar buiten, kan hij zonder wonden en ontstekingen door de dag. Als u die punten vastlegt in een tijd waarin het nog goed gaat, heeft u later een eerlijker maatstaf dan uw emotie op een moeilijke dag. Les 16 gaat hier uitgebreid op in.
Deels. De aandoening is erfelijk, en fokkers kunnen ouderdieren laten testen op de SOD1-mutatie. Vraag bij een pup uit een risicoras naar de testuitslagen van beide ouders. Honden met één afwijkende kopie krijgen de ziekte zelf niet, maar geven de mutatie wel door aan hun nageslacht.
Download Vet Fysio en volg deze cursus stap voor stap met je hond.